Eerste deelname OBK

Nu ik steeds meer bezig ben met onderwaterfotografie, wou ik toch ook eens meedoen met een wedstrijd. In het ledentijdschrift van Nelos, Hippocampus, verschijnt altijd een oproep om mee te doen met het Open Belgisch Kampioenschap voor Onderwaterfotografie. Ik besloot om ook eens mijn kans te wagen en met heel lage verwachtingen deed ik mee. Door de coronapandemie waren de grenzen een tijdlang gesloten. Hierdoor kon ik niet gaan duiken en dus ook heel weinig oefenen. Mijn TG6-camer heb ik nu een dik jaar en ik moet toegeven dat ik nog niet alle features van de camera goed weet zitten. Het lukt wel, maar ik kan er, denk ik, meer uithalen. Ik zou wel zien waar het me bracht.

Tijdens het OBK mag je in een bepaalde periode gaan duiken. Dat was een periode van 10 dagen. Je mag zoveel duiken maken als je wilt. Elke dag krijg je een opdracht (bijvoorbeeld: fotografeer je buddy, fotografeer je duikplaats van de dag), zodat ze kunnen controleren dat je ook de foto’s die dag gemaakt hebt. Uit al de foto’s die je genomen hebt, mag je 5 foto’s selecteren: 1 in elke categorie. Gelukkig krijg je nadien nog wat tijd om de keuze te maken, want dat is het moeilijkste gedeelte van de wedstrijd, vond ik. Het werd me ook heel erg duidelijk dat ik sommige foto’s nooit maak: groothoek met en zonder model is iets wat ik, zeker met deze camera, eigenlijk nooit doe. Tijdens de wedstrijd heb ik me lang beziggehouden met de groothoekopnames waardoor ik bijvoorbeeld mijn macrofoto verwaarloosd heb. Macro had ik eigenlijk mijn topfoto moeten zijn, maar ik was niet tevreden en diende eigenlijk een erg matige foto in. In de weken ervoor zou ik eigenlijk moeten kunnen duiken om verschillende composities en technieken uit te proberen. Op voorhand had ik daar wel aan gedacht, maar er is al zo weinig tijd om te duiken, dat ik me er niet echt op toegelegd heb. De volgende keer zal ik op voorhand me beter proberen voor te bereiden. Dan vertrek je toch met een voordeel naar zo’n wedstrijd.   

Vorige week zondag werden de resultaten bekend gemaakt. Er zaten heel mooie foto’s bij maar soms wonnen er ook foto’s die ik toch niet zo spectaculair of origineel vond. Soms maakt de jury vreemde keuzes, maar goed ja, het is ook een heel erg subjectief gegeven natuurlijk, zo’n wedstrijd. Zelf behaalde ik een 10de plaats bij de juniors. Met 18 deelnemers was dit een plaats in het midden. Ik had niet veel beter verwacht. Maar de volgende keer zal ik me er op voorhand meer op toeleggen. En ipv macrobeelden te schieten, zal ik ook eens meer groothoek proberen. Misschien schaf ik me wel een groothoeklens aan want een andere lens betekent toch een wereld van verschil. 

De vijf foto’s die ik indiende staan hieronder, met de juiste categorie erbij. Alle foto’s komen rechtstreeks uit de camera, ze zijn niet bewerkt. 



Oefening baart kunst

De snoottechniek staat me heel erg aan. Zelfs zo erg, dat ik in de laatste vier duiken mijn flitsers nog amper gebruikt hebt. De TG6 is een echte macrocamera. Dan is een snootlamp echt wel een meerwaarde. Ik zou zelfs adviseren aan duikers die beginnen met onderwaterfotografie en een TG6 aangeschaft hebben om eerst een lamp met snoot aan te kopen ipv een flitser. De resultaten zijn verbluffend en eigenlijk valt de techniek goed mee. De lamp richt je pal op het onderwerp. Door de camera zie je heel goed welk stuk belicht is. Beweeg de camera en/of snoot een klein beetje meer totdat de lichtstraal precies daar zit waar je wilt. Daarna is het een kwestie van de camera stil te houden en op de knop te drukken. Easy peasy. Slagschaduwen waren soms een probleem. Daar moet ik wat beter op letten. Tijdens één duik maakte ik de lamp los van de houder en richtte ik direct vanuit de hand. Hierdoor had ik wat meer vrijheid. Het onderwerp kon ik zo van links of rechts belichten. Het was wat meer zoeken, maar het leverde mooie foto’s op. Qua instellingen moest ik op één iets letten: de TG6 moet flitsen (ik gebruikte de invulflits). Anders registreert de camera te weinig licht en loopt de sluitertijd erg op. Sluitertijden van 1/8 of 1/4 leveren natuurlijk onscherpe foto’s op. Die sluitertijden had ik als ik de flitser in de camera uitzette. Als ik de flitser aanzette, dan kreeg ik betere sluitertijden (1/250 of 1/125) en dus betere foto’s. 


Start to snoot

Een mens moet zijn vaardigheden als onderwaterfotograaf telkens bijschaven. Er valt altijd wel iets nieuws bij te leren. Ik startte ooit met een simpele camera met 1 flitser. Het lukte om daar goeie, determinatiefoto’s mee te maken. Dat was mijn eerste bedoeling van onderwaterfotografie: fotograferen wat ik onder water tegenkwam om de dieren boven water te kunnen determineren. Ondertussen is mijn camera verbeterd, is er een flitser bijgekomen en is mijn doel ook bijgeschaafd. Nu wil ik vooral mooie, creatieve foto’s nemen die eruit springen. Het is me niet meer om het determineren te doen, maar om prachtige beelden te schieten. Dat lukt al aardig met twee flitsers. Maar snootfotografie had ik nog nooit gedaan. In de zomer kocht ik een nieuwe focuslamp met snoot, de Weefine 2300. Op Allerheiligen ging ik duiken om de snoot eens uit te testen. Op voorhand dacht ik dat de lamp niet krachtig genoeg zou zijn om heldere foto’s te maken, maar daar vergiste ik mij in. Op een bereidwillige heremietkreeft testte ik de snoot uit. Het moeilijkste was om het object in de smalle lichtbundel te krijgen. Maar eenmaal dat lukte, maakte ik scherpe foto’s met een mooie zwarte achtergrond. Dat kon ik wel smaken.

Bij het gebruik van een grotere lichtstraal, bij een zeeanjelier bijvoorbeeld, kwam het zweefvuil toch ook op de foto terecht. Op zich was dat niet altijd even erg. Het leek wel alsof de zeeanjelier in de sneeuw staat. En als het stof me toch té hard stoorde, dan kon ik het achteraf makkelijk verwijderen met Photoshop. De hele duik lang werkte ik met de snoot. Ik testte even het verschil tussen een foto mét en zonder snoot. En dat verschil is toch wel heel groot. Ik begreep snel waar die zwarte achtergronden altijd vandaan kwamen. Het lukt me niet altijd om met flitsers een zwarte achtergrond te verkrijgen. Met een snoot is dat een haalbare kaart. 

Het moet wel gezegd. Waar het tijdens de eerste duik vrij vlot ging om met de snoot te werken. Lukte me dat tijdens de tweede duik veel minder goed. De zichtbaarheid was heel wat slechter, maar ik verwachtte niet dat dat veel invloed had. Om de één of andere reden echter lag de sluitertijd té hoog (tot zelfs 1/5 van een seconde) waardoor de meeste foto’s onscherp waren. Ik kreeg het onderwater niet echt opgelost. Waarschijnlijk waren mijn instellingen toch een beetje anders dan tijdens de eerste duik. Ook merkte ik dat mijn object overbelicht was, waardoor de kleuren niet meer goed uitkwamen. Dat kon ik achteraf een beetje bewerken, maar niet helemaal. Ik vermoed dat ik mijn ISO te hoog heb gezet tijdens de tweede duik. De volgende keer zal ik iets beter op mijn instellingen letten en proberen om het bij te sturen. Het was een een eerste verdienstelijke poging om met een snoot te werken. Volgende keer leer ik vast en zeker weer bij en kan ik ook deze techniek verfijnen. 

Using Format